skip to content
Dutch

A2Elementary

Mijn dag

Daily routine, separable and reflexive verbs

Separable verbs

Many verbs have a prefix that splits off and goes to the end of the clause in the present and past:

  • opstaan → Ik sta om zeven uur op.
  • opbellen → Ik bel je morgen op.
  • meenemen → Neem je een jas mee?

The stress is on the prefix: opstaan, meenemen. Common prefixes: op, af, aan, uit, mee, in, terug, weg, voor.

Reflexive verbs

Some verbs need a reflexive pronoun:

zich wassen
ik was me wij wassen ons
jij wast je jullie wassen je
hij/zij wast zich zij wassen zich
u wast zich

Common ones: zich haasten (hurry), zich voelen (feel), zich vervelen (be bored), zich aankleden (get dressed).

stan runge c757d08 source