skip to content
English

B1Intermediate

I used to…

Used to, be used to en get used to

Drie vormen die op elkaar lijken:

betekenis voorbeeld
used to + werkwoord vroeger (nu niet meer) I used to smoke. — Ik rookte vroeger.
be used to + -ing / zelfst. nw. gewend zijn aan I'm used to getting up early.
get used to + -ing / zelfst. nw. wennen aan You'll get used to the weather.

Vraag en ontkenning van used to: Did you use to …? I didn't use to … (zonder d).

stan runge c757d08 source