skip to content
English

A2Elementary

Travelling

Reizen, vervoer en het vliegveld

Handige werkwoorden:

  • catch / take a train — de trein nemen; miss — missen
  • get on / get off — instappen / uitstappen (bus, trein, vliegtuig); get in / get out of — (auto, taxi)
  • check in — inchecken; board — aan boord gaan
  • book — boeken, reserveren

Travel is een werkwoord of ontelbaar; een reis is a trip (kort) of a journey (de tocht zelf). a travel → a trip.

stan runge c757d08 source