skip to content
English

A1Beginner

Who, what, where?

Vraagwoorden en vragen stellen

who wie
what wat
where waar
when wanneer
why waarom
how hoe
which welke
whose van wie
how much hoeveel (ontelbaar)
how many hoeveel (telbaar)
how often hoe vaak

Volgorde: vraagwoord + do/does + onderwerp + werkwoord: Where do you live? Met be of een hulpwerkwoord (can, will): gewoon omdraaien: Where are you? What can I do?

Uitzondering: als who/what het onderwerp is, geen do: Who lives here? (niet Who does live here?).

stan runge c757d08 source