De past simple gebruik je voor iets dat afgelopen is, op een bepaald moment in het verleden: yesterday, last week, in 2019, two days ago.
Regelmatig: -ed
work → work*ed, live → lived, stop → stopped, study → studied*.
Onregelmatig
Veel gebruikte werkwoorden zijn onregelmatig: go → went, have → had, see → saw, buy → bought. Oefen ze met de drill Irregular verbs.
Vragen en ontkenning met did
- I didn't go. (niet
didn't went) - Did you see it? (niet
Did you saw)
Ago = geleden, en komt na de tijd: three years ago. Be is was/were: I was tired. They were late.