skip to content
English

A2Elementary

Can, must, should

Modale werkwoorden

betekenis
can / can't kunnen, mogen (informeel)
could kon, zou kunnen (beleefd)
must / mustn't moeten (eigen gevoel) / niet mogen
have to / don't have to moeten (regel van buitenaf) / niet hoeven
should / shouldn't zouden moeten (advies)
may mogen (formeel), misschien

Na een modaal werkwoord: geen to en geen -s: She can swim. (niet cans, niet can to swim).

Grote valkuil: mustn't = niet mogen, don't have to = niet hoeven.

  • You mustn't smoke here. — Je mag hier niet roken.
  • You don't have to come. — Je hoeft niet te komen.
stan runge c757d08 source