skip to content
English

A2Elementary

Going to and will

De toekomst: going to, will en de present continuous

vorm gebruik voorbeeld
going to plannen, iets wat je al besloten hebt I'm going to buy a car.
will een besluit op dit moment, beloftes, voorspellingen I'll help you! It will rain.
present continuous afspraken met tijd en plaats I'm meeting Sam at 8.

Spontaan besluit: telefoon gaat → I'll get it! (niet I'm going to get it). Voorspelling met bewijs: Look at those clouds! It's going to rain.

Shall I/we …? voor voorstellen: Shall we go? — Zullen we gaan? Let op: Nederlands "ik wil" is I want, niet I will!

stan runge c757d08 source